Archive for AWBZ

Begripsbepaling bij de functie begeleiding

Bij het schrijven van deze blog kwam ik erachter dat over begripsbepaling bij de functie begeleiding veel meer te zeggen valt dan ik in 1 blog kan en wil aangeven. Om die reden heb ik me in deze blog beperkt tot het analyseren van het begrip “regie”.  Ik zal in een andere blog nog ingaan op het begrip “gebruikelijke zorg” wat in de AWBZ een totaal andere dimensie heeft als in de Wmo. Lees het waarom van deze blog hier

Binnen de Wmo en de AWBZ worden uiteraard vele begrippen gebruikt. Sommige begrippen zijn goed en duidelijk omschreven maar andere begrippen zijn  vaag en onduidelijk.  Belangrijk is  te beseffen dat bij definities sprake is van keuzes.  En ik zie veel keuzes die ik niet snap of niet logisch vind, gezien hetgeen waar het voor bedoeld is.  In 2015 zijn er zoals iedereen weet een aantal grote transities gepland. Denk aan AWBZ functies die overgeheveld worden naar de Wmo of zorgverzekering, denk aan Jeugdzorg die naar de gemeentes komt en denk aan de participatiewet.  Gemeentes krijgen te maken met voor hun onbekende diensten die zij moeten gaan beheren.  Wat ik merk in het werkveld is dat bij het implementeren van onbekende diensten de neiging bijzonder groot is om de bestaande structuren en begrippen die onder een dergelijke dienstenpakket liggen zonder meer over te nemen.  Is dat erg?  Om eerlijk te zijn, ja dat is erg en wel om een aantal redenen. Laten we even de focus leggen op de functies begeleiding en persoonlijke zorg die van de AWBZ naar de Wmo verhuizen. Stel ik zou u vragen of u vindt dat het CIZ de afgelopen jaren op een goede manier deze functies heeft geïndiceerd. Uiteraard is dat moeilijk te beoordelen als u geen idee heeft wat deze functies inhouden en waarom ze wanneer wel en wanneer niet geïndiceerd worden. En laten we eerlijk zijn de kans is groot dat u net als de meeste mensen dat niet weet.  Maar laat ik de vraag anders stellen:  Als u het niet weet betekent dat  dan dat het wel goed gegaan is?  Want met het overnemen van bestaande structuren en begrippen is dat nu precies waar we dan maar van uitgaan.  En dat is zonde, niet nodig en kost onnodig veel geld.  Ik wil in deze blog een paar kernbegrippen die uit de AWBZ komen onder de loep nemen en het effect ervan op de gang van zaken bij het CIZ benoemen en analyseren. 2 begrippen wil ik er expliciet uithalen te weten “regie” en “gebruikelijke zorg”.  In deze blog zoals gezegd ga ik alleen in op het begrip regie.  Regie is de bepalende factor bij het indiceren van begeleiding individueel en begeleiding groep binnen de AWBZ.  Het woord regie komt zo’n 30 maal voor in de ciz indicatiewijzer Het begrip regie wordt in de indicatiewijzer niet verder uitgelegd gek genoeg zodat we het moeten doen met deze definitie: “de mogelijkheid zelf te bepalen hoe men zijn leven in wil richten”.

Wel wordt in de indicatiewijzer uitgebreid ingegaan op de beperkingen waarbij begeleiding ingezet kan worden maar omdat de onderliggende definities niet goed zijn werkt dat alleen maar verwarrend.  Daarover straks meer.

Wat is er mis met deze definitie van regie?  Ten eerste zitten in deze definitie een paar begrippen die op zich zelf al niet duidelijk zijn.  Wat betekent bijvoorbeeld het zelf bepalen, wanneer bepaal je zelf hoe je leven er uit ziet?  Doe je dat als je op tijd uit je bed stapt of doe je dat als je erover nadenkt welke opleiding je wil doen zodat je later een baan hebt die bij je past? Je kunt je voorstellen dat je wel 100 zaken kunt bedenken waarbij het bepalen hoe men leven in wil richten een rol speelt.  Daarbij impliceert deze definitie dat er mensen zijn die in staat zijn zelf te bepalen hoe men zijn leven in wil richten en dat er mensen zijn die dat niet kunnen. Maar waar hangt dat dan vanaf? Stel ik plan mijn leven zeer goed, doe een goede opleiding en krijg het voor elkaar om een goede baan te krijgen. Koop een mooi huis etc etc.  Dan slaat de crisis toe en ik verlies mijn baan, moet mijn huis gedwongen verkopen en blijf met een forse schuld achter. Ik hoop dat u het met me eens bent dat de mogelijkheid om zelf te bepalen hoe ik mijn leven in wil richten er op eens heel anders uitziet. Je zou kunnen zeggen dat de mogelijkheid om zelf te bepalen hoe men zijn leven in wil richten van vele factoren afhankelijk is waarbij per situatie sommige factoren sterker wegen dan andere. Met andere woorden met deze definitie kun je alle kanten op.  Het effect dat dat heeft op de wijze hoe het CIZ afgelopen jaren geïndiceerd heeft, is mijns inziens groot.  Er zijn voorbeelden te over waar uit dat blijkt. Bij het benoemen van voorbeelden wil ik nadrukkelijk aangeven dat het niet mijn bedoeling is te beoordelen of in sommige situaties wel en in andere situaties geen begeleiding ingezet had moeten worden.  Dat gaat in het kader van begripsbepaling te ver.
Voorbeeld: Mevrouw Pietersen is 53 en bekend met oa MS. Deze ziekte zorgt ervoor dat mevrouw Pietersen veel dingen niet kan. Denk aan zichzelf wassen en kleden, huishouden doen, etc. Mevrouw Pietersen is rolstoelafhankelijk. Mevrouw Pietersen is goed bij de tijd maar organiseren en regelen van zaken valt haar regelmatig zwaar door dat ze sterk vermoeid raakt. Vanuit het ciz ontvangt mevrouw een indicatie voor persoonlijke verzorging en tevens een indicatie voor begeleiding individueel. Vanuit het ciz wordt geredeneerd dat mevrouw Pietersen moeite heeft met regie voeren als gevolg van sterke vermoeidheid door haar ernstige ziekte.

Nogmaals voor de duidelijkheid het gaat me er niet om of deze cliënt wel of niet begeleiding zou moeten hebben maar vermoeidheid als ondergrond voor het geen regie kunnen voeren vind ik persoonlijk een hele vreemde. In deze casus verzilvert mevrouw Pietersen de indicatie begeleiding door een spver wekelijks een uur te laten komen waarmee zij haar problemen bespreekt. Mooi maar wat heeft dat met regie voeren te maken?  Blijkbaar is het niet nodig om regie over te nemen, mevrouw Pietersen kan goed aan de huishoudelijke hulp vertellen wat die moet schoonmaken, wat een extra beurtje nodig heeft, zij heeft haar administratie aan haar broer overgedragen en kan goed uit de voeten met de dagelijkse hoeveelheid mensen die over de vloer komen om haar te helpen.

Wat zegt de indicatie wijzer nu hierover.  Uit een hele lap tekst haal ik even de aspecten die van toepassing zijn op deze casus en vergelijkbare casussen:

1. De verzekerde kan toegang verkrijgen tot de functie Begeleiding als er sprake is van een Somatische, Psychogeriatrische of Psychiatrische aandoening of beperking, of van een Verstandelijke, Lichamelijke of Zintuiglijke handicap.

Noot: bedenk dat hier staat dat een groot deel van nederland toegang kan krijgen.

2. Om in aanmerking te komen voor de functie Begeleiding moet zijn vastgesteld dat de verzekerde matige tot zware beperkingen heeft op één of meer van de volgende vijf terreinen:

  1. sociale redzaamheid;
  2. bewegen en verplaatsen;
  3. probleemgedrag;
  4. psychisch functioneren;
  5. of geheugen- en oriëntatiestoornissen.

3. Matige beperkingen bij bewegen en verplaatsen houden dan in dat het zelfstandig opstaan uit een stoel en gaan zitten soms problemen oplevert. Fijne handbewegingen worden minder vanzelfsprekend, maar ook de grove hand- en armbewegingen beginnen problemen te geven. De verzekerde kan zich, ook met behulp van een rollator of rolstoel, moeilijker zelfstandig verplaatsen. Openbaar vervoer is eigenlijk ontoegankelijk voor de verzekerde geworden, maar vanuit eigen middelen of de Wmo zijn hiervoor alternatieven mogelijk.

Mevrouw Pietersen voldoet volledig aan deze omschrijving dus de indicatieadviseur heeft zijn werk goed gedaan.

De reden dat ik dit voorbeeld laat zien is om duidelijk te maken dat de huidige indicatiecriteria en keuzes in begrippen bepalend zijn voor een enorm breed scala aan ingezette begeleiding.  Ik zou mijzelf als gemeente ernstig de vraag stel of ik dat op deze wijze wil overnemen. Kan het anders?  Ja dat kan zeker en ik zou graag met u van gedachten wisselen hoe je komt tot een andere ondergrond voor zeer belangrijke en prijzige functie begeleiding. Neem daarvoor gerust contact met mij op.