Persoonlijke zorg naar de zorgverzekering feiten en fictie

De staatssecretaris heeft op 7 november 2013 besloten om persoonlijke zorg naar de zorgverzekering over te laten gaan en wel voor 95%. Daarmee jaagt de staatssecretaris de meeste gemeentes en het VNG in de gordijnen.

Niet alleen moeten gemeentes deel van hun besluitvorming overnieuw doen omdat beleidskaders al uitgezet waren maar dit moeten ze ook nog eens doen in een uiterst kort tijdsbestek waarbij de vraag bij veel gemeentes leeft wat deze staatssecretaris nog meer uit de hoge hoed tovert. Maar los van de onrust, hoe zit het met de motivatie, de cijfers en de consequenties voor cliënten, zorgaanbieders, verzekeringen en gemeentes?

De staatssecretaris geeft het volgende als onderbouwing:

Uitgangspunt voor de positionering van verzorging is de zorginhoudelijke samenhang. Uit cijfers blijkt dat 84% van de mensen die nu verzorging krijgt een lichamelijke aandoening heeft. Deze groep maakt ook het meest gebruik van verpleging, 87% van het totaal aantal cliënten. Het gaat vooral om kwetsbare ouderen waarbij de gezondheidssituatie snel kan veranderen en verslechteren en die intensief te maken hebben met de huisarts en/of het ziekenhuis.

De staatssecretaris goochelt hier een beetje met cijfers omdat naast mensen met een somatische grondslag ook mensen met een psychogeriatrische grondslag en mensen met een lichamelijk handicap straks vanuit de zorgverzekering bediend gaan worden. De cijfers even op een rij:

79% van de mensen met persoonlijke verzorging (pv) heeft een somatische grondslag

5% van de mensen met pv heeft een psychogeriatrische grondslag

9% van de mensen met pv heeft een lichamelijke handicap als grondslag.

Totaal 93%.  Misschien is het lastig rekenen maar volgens mij blijft er dan 7% over.

Nu vind ik de motivatie waarom pv en verpleging (vp) bij elkaar past leuk gevonden maar wel erg oppervlakkig bedacht zeker als je bedenkt dat slechts 20% van de cliënten met persoonlijke zorg op dit moment ook verpleging ontvangt.  Je zou dezelfde vergelijking kunnen maken tussen verpleging en rolstoelen: 87% van cliënten die verpleging ontvangen heeft een somatische grondslag. 90% van de mensen die een rolstoel gebruiken ook. Het is daarom verstandig om verpleging en rolstoelen onder te brengen bij de verzekering.  Grote onzin natuurlijk net als deze motivatie om persoonlijke zorg naar de zorgverzekering te laten gaan.

Daarbij komt dat het betrekken van de grondslag bij de keuze ook vraagtekens oproept. Vanuit mijn tijd bij het CIZ kwam het regelmatig voor dat er een keuze moest worden gemaakt voor de dominante grondslag. Er is namelijk vaak sprake van gecombineerde grondslagen. Stel mevrouw Jansen heeft een verstandelijke beperking en een lichamelijke beperking. Deels moeten bij mevrouw Jansen persoonlijke zorg taken overgenomen worden maar deels moet zij ook onder begeleiding nog zelf persoonlijke taken uitvoeren om haar zelfstandigheid zoveel mogelijk te waarborgen. Wie doet dan wat?  Ik zie het getouwtrek en geschuif al voor me en daarbij is vooral mevrouw Jansen de dupe.

Ook bijzonder is het feit dat de staatssecretaris cliënten met een psychogeriatrische grondslag wel onder de verzekering laat vallen. Bij deze cliëntgroep is er sprake van een duidelijke link naar begeleiding die de staatssecretaris in het volgende citaat benoemd:

De overige 5 procent, waar de persoonlijke verzorging onder valt aan mensen met een verstandelijke beperking, een zintuiglijke beperking of psychiatrische problematiek die verder geen medische reden voor persoonlijke verzorging hebben, gaat wel naar de gemeenten. Volgens Van Rijn wordt voor die “kleine groep” de ondersteuning bij onder andere wassen, aankleden en douchen meer in samenhang met begeleiding geleverd.

Blijkbaar ziet de staatssecretaris dit voor cliënten met een psychogeriatrische grondslag anders? blijkbaar kan voor deze doelgroep de persoonlijke zorg naar de zorgverzekering ondanks de link naar begeleiding.

Het is bijzonder dat in mijn optiek de staatssecretaris hier met de keuze om persoonlijke zorg naar de zorgverzekering over te laten gaan een enorm afstemmingsprobleem creëert met als motivatie precies het tegenovergestelde te doen. Door de grondslag de bepalende factor te laten zijn, creëer je bovendien nog een ander probleem: Gemeentes zijn vanuit de kanteling steeds meer gericht op de problemen van cliënten en het oplossen daarvan en steeds minder op de achterliggende ziektebeelden cq grondslagen. Door de nu gekozen verdeling dwing je gemeentes daarvan terug te komen en eerst te kijken naar de grondslag die basis moet geven op recht. Ik ben benieuwd hoe de staatssecretaris dit in de “gekantelde nieuwe Wmo 2015” tot uitdrukking gaat brengen.

Gevolgen voor gemeentes
Voor gemeentes verandert er meer dan in eerste instantie opvalt:  Gemeentes moeten veel werk opnieuw doen, dat is vervelend in een korter wordend tijdsbestek.  Gemeentes hebben straks een “kleinere pot” waaruit ze grote bezuinigingen moeten realiseren en die stevige bezuinigingen raken een hele zwakke doelgroep. Hoe groter de pot hoe meer je de pijn kunt verdelen. Ook is het lastiger met een kleinere pot om creatieve oplossingen te bedenken. Een raar effect is het feit dat waarschijnlijk het geld dat uit eigen bijdrages komt, voor gemeentes hoger uit zal vallen. Immers kent de zorgverzekering geen eigen bijdrage waardoor mensen die nu persoonlijke zorg krijgen en daarvoor een eigen bijdrage betalen, dat straks niet meer hoeven. Hierdoor is de kans groter dat bij een voorziening vanuit de Wmo wel een eigen bijdrage geheven wordt. Het CAK stemt deze bijdrages immers met elkaar af. Een financieel risico voor gemeentes geeft het ingeschatte percentage van 5% waar de staatssecretaris mee komt. Als je daarmee 7% van de cliënten moet bedienen dan is het duidelijk dat daar een probleem ontstaat. Zet je dat tegen de achtergrond dat het CIZ afgelopen jaren de scheiding tussen persoonlijke zorg en begeleiding op zijn zachts gezegd niet duidelijk op de kaart gezet heeft dan is de chaos compleet.

Los van de financiën moeten gemeentes beleid gaan maken rond “grondslagen”.  “Wie bepaalt de dominante grondslag?” is daarbij de centrale vraag en welke consequenties heeft dat voor “het recht” op ondersteuning.

Gevolgen voor de zorgverzekering
Met het overzetten van persoonlijke zorg naar de zorgverzekering krijgt de zorgverzekering er een heleboel werk bij. Naast de verpleging die nieuw is en de GGZ behandeling en opname nu dus ook de persoonlijke zorg.  Er wordt al gesproken over premieverhoging en over verhoging van het eigen risico. Dat gaat elke verzekerde aan dus niet alleen de mensen die persoonlijke zorg krijgen. Ik verwacht dat verzekeringen persoonlijke zorg op dezelfde manier gaan benaderen als het CIZ nu waarbij ze aan inkoop kant wat scherper kunnen inzetten. Hoe de staatssecretaris tot een bezuiniging van 15% komt is mij een raadsel. Tenzij een eerder plan weer uit de hoge hoed komt namelijk het niet vergoeden van het eerste half jaar persoonlijke zorg. In dat geval zal de druk bij de gemeentes weer hoger worden bijvoorbeeld door ontstaande problemen met financiën. Ook is de vraag of zorgverzekeraars de samenwerking gaan zoeken met gemeentes. De noodzaak voor zorgverzekeraars is nauwelijks aanwezig en in het verleden is gebleken dat zorgverzekeraars nauwelijks die samenwerking zoeken maar eenvoudig hun eigen plan trekken. Denk bijvoorbeeld aan het wegbezuinigen van vervoer naar ziekenhuizen in het verleden of korter geleden het uit de verzekering halen van de rollator.

Gevolgen voor de zorgaanbieders
Ik denk dat gevolgen voor zorgaanbieders het kleinst zijn. Doordat een verzekerd recht blijft bestaan, kunnen zorgaanbieders opgelucht ademhalen.  Wel zullen zorgaanbieders te maken krijgen met de onhandige facturatiemethodieken van de verzekeringen (denk aan dbcs bijvoorbeeld) en zal het inkoopbeleid strakker zijn van verzekeringen waardoor zorgaanbieders hun tarieven moeten bijstellen. Op zich niks mis mee met dat laatste. Tarieven van 70 euro per uur komen voor en vind ik exorbitant.

Gevolgen voor de cliënt
Last but not least zijn de gevolgen voor de cliënt. En die zijn fors. De reacties van platform VG en de CG-raad zijn positief. Waarschijnlijk is deze positieve reactie gebaseerd op het idee dat dit toch wel moeilijke materie is voor gemeentes om te behappen en dat er door het op gemeente niveau neer te leggen te veel verschillen ontstaan tussen gemeentes. De vraag is of dat ook zo uit zou gaan werken maar daar gaan we nu niet meer achter komen. Het lijkt echter dat de CG-raad en het platform VG nog niet gekeken hebben naar de directe gevolgen voor cliënten:

  • eigen risico gaat omhoog en zal voor alle pv cliënten volledig betaald moeten worden
  • premie gaat omhoog
  • kans dat cliënten eerste half jaar zelf moeten betalen
  • kans van stapeling van kosten nu eigen bijdrage systematiek niet van toepassing is op verzekerden. Als pv cliënt heb je dan te maken met een hogere premie, betalen eigen risico en eigen bijdrage voor bijvoorbeeld huishoudelijke hulp.
  • Van het kastje naar de muur gestuurd worden als je een gecombineerde grondslag hebt waarbij de vraag constant aanwezig is wie de grondslag bepaalt.
  • Etc.

Conclusie:
Met het overzetten van persoonlijke zorg naar de zorgverzekering is het op zijn plaats om je zorgen te maken over zorg.

One comment

  1. Anne Rademakers says:

    Ik deel je zorgen!
    Bedankt voor je duidelijke blog!

    Groeten Anne

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *